
Lieve Lars, het schrijven voor Lutografie vind ik moeilijk. Ik wil heel graag met jou bezig zijn. Maar loop vast op stomme dingen zoals schrijfstijl. Schrijf ik naar jou, naar mezelf, naar een onbekende lezer. En hoeveel of wat schrijf ik. Vannacht nog een keer geprobeerd te schrijven over ons leven samen. En dan moet ik zo huilen lieverd, om de naam die we voor je gekozen hebben, Lars, de gelauwerde, bekroonde, de strijder. Soms denk ik wel eens, hadden we je maar een andere naam gegeven. Want ik heb nooit gewild dat je zo zou moeten vechten. Bij mama in de buik had je het al moeilijk. Ik voelde Emma wel, maar jou niet. Achteraf gezien kon dat ook niet, want je lag klem in een kikkerhouding. Wat was het mooi, fijn en warm, om meteen na de bevalling jou en Emma samen op mij te hebben. Als ik mijn ogen dicht doe, kan ik je warmte weer voelen. Kan ik je weer een kusje geven. Je was zo klein lieve schat. Zo klein. Je hebt zo moeten vechten. Het spijt me zo lieve schat. Ik had je moeten beschermen. Het spijt me!